De kunst van het fantaseren: zo laat je het écht bij je kind
- 11 jun
- 4 minuten om te lezen
Samen verhalen verzinnen klinkt eenvoudig. Kaarten uitgestald, een kind dat begint te vertellen, en jij zit er warm en aanwezig bij. Maar dan loopt het verhaal plotseling vast. Of je kind slaat een richting in die je verrast. Of je merkt dat je zonder het te beseffen begint te sturen in plaats van te luisteren.
Heel herkenbaar, en je bent echt niet de enige ouder die dit overkomt! Het goede nieuws: met een paar concrete handvatten maak je een wereld van verschil, door de ruimte voor je kind groter te maken.
De grootste valkuil: het verhaal overnemen
Ouders doen dit met de beste bedoelingen. Het verhaal stokt, je ziet je kind twijfelen, en voor je het weet zeg je: "En toen ging de vos toch gewoon over de brug, hè?" Je wil helpen, het vlot trekken. Maar wat je onbedoeld doet, is de regie terugnemen.
Kinderen zijn van nature geweldige vertellers. Ze hebben alleen iets meer tijd en ruimte nodig dan wij gewend zijn. Een stilte van vijf seconden voelt voor een kind heel anders dan voor een volwassene. Gun ze die stilte. Wacht even langer dan comfortabel voelt. Heel vaak komt er daarna iets moois.
Als het verhaal vastloopt: vier vragen die wél werken
Loopt het verhaal toch echt vast? Dan kun je zacht aanstoten zonder richting te geven. Het geheim zit hem in vragen die openen in plaats van aansturen.
Kijk naar het dier op de kaart. Zeg de naam hardop en stel een simpele vraag naar een gevoel of een zintuig. Dat activeert de verbeelding van binnenuit.
Vier vragen die bijna altijd werken:
"Hoe voelt [naam van het dier] zich nu?"
"Wat ziet [naam] om zich heen?"
"Wat wil [naam] het allerliefste op dit moment?"
"Wat maakt [naam] een beetje bang, of juist heel blij?"
Dit zijn open vragen zonder één goed antwoord. Ze nodigen uit, ze sturen niet. Je kind bepaalt wat er in de lege ruimte komt en dat is precies de bedoeling.
Als het verhaal een onverwachte wending neemt
Dit is het moment waarop veel ouders ongemerkt op de rem gaan staan. Het verhaal gaat ineens over een monster dat iedereen opeet, of het dier barst in tranen uit, of er verschijnt een personage dat de held ronduit gemeen behandelt.
Lastig, soms. Maar: dit is goud.
Kinderen verwerken in verhalen wat ze in het echte leven (nog) niet onder woorden kunnen brengen. Die onverwachte wending is geen probleem om op te lossen. Het is een venster naar de binnenwereld van je kind. Volg gewoon. Laat het verhaal donker worden als dat nodig is. Vertrouw erop dat je kind zelf de weg weet.
Jouw rol is niet om het verhaal te redden, maar om aanwezig te blijven. Je kunt zacht meevragen: "Oh! Wat doet [naam] dan?" of: "Wat gebeurt er daarna?" Dat is genoeg. Meer is niet nodig.
Het verschil tussen een open en een sturende vraag
Dit is de kern van alles. Een sturende vraag bevat al een antwoord, of een richting. Een open vraag laat alle richtingen open.
Sturend: "Gaat de vos dan toch proberen te vliegen?" "Maar hij is toch niet écht boos, hè?" "Komen ze er samen uit?"
Open: "Wat gaat de vos nu doen?" "Hoe is dat voor hem?" "En dan?"
Het verschil lijkt klein, maar voor een kind is het enorm. Een sturende vraag geeft hen het signaal: dit is wat ik verwacht. Een open vraag geeft hen: jij mag dit helemaal zelf weten.
Een simpele vuistregel: gebruik "wat", "hoe" en "vertel me meer" zo vaak als je wil. Vermijd "toch", "maar" en zinnen die al de helft van het antwoord bevatten.
Soms is de beste vraag: geen vraag
De kracht zit hem juist in het stil zijn en luisteren. Dat klinkt makkelijk, maar is soms het moeilijkst. Zeker als je kind een pauze neemt, naar de kaarten staart of even lijkt af te dwalen.
Weersta de neiging om in te vullen. Knik. Glimlach. Zeg "mmm" als je wil laten merken dat je er nog bent. Maar laat de stilte bestaan. Die stille momenten zijn vaak precies de momenten waarop een kind nadenkt over iets wat er echt toe doet.
Wat als jouw kind jóu de vragen stelt?
"Maar wat vind jij, mama?" of "Jij mag ook iets verzinnen, papa!" Kinderen nodigen je soms expliciet uit om mee te doen. En dat mag! Fantasie delen is één van de fijnste dingen die je samen kunt doen.
Doe dan wél je best om je inbreng klein en open te houden. Geef een ideetje, geen kant-en-klaar verhaal. "Misschien heeft de vos een vriend?" werkt veel beter dan een uitgebreid plan voor hoe het verder gaat. Gooi een steentje in het water en laat je kind de golven bepalen.
Tot slot: jij hoeft dit niet perfect te doen
Goede vragen stellen is een vaardigheid, en vaardigheden groeien met oefening. Je gaat vast weleens een vraag stellen die toch stuurt. Je gaat vast weleens het verhaal redden als het eigenlijk niet nodig was. Dat is prima.
Wat telt, is dat jij er bent. Dat je luistert. Dat je de fantasie van je kind serieus neemt en de ruimte geeft om te bloeien. De verhalen die jullie samen maken zijn uniek - en ze zijn van jullie 🦊✨



Opmerkingen